“Iedereen wist dat er in dat huis NSB-ers woonden. Daar waren we toch wel bang voor. Vrijheid betekent voor mij geen angst meer hebben. Dat ik mag omgaan met wie ik wil, dat ik mag trouwen met wie ik wil. Dat ik mag doen wat ik wil. Nu vinden wij dat, hier in Nederland,  allemaal heel normaal maar er zijn nog teveel plaatsen in de wereld waar dat niet zo is.”

“Honger doet pijn. Wanneer het geen pijn meer doet en je geen honger meer hebt, moet je je zorgen gaan maken. Ik kwam bij het pleeggezin aan en dat had zo’n mooi huis en die moeder was zo dik: zo dik had ik ze lang niet meer gezien! En zij had nog nooit zo’n mager, vervuild scharminkel gezien. Ik had zo lang honger gehad dat ik alleen al van de geur van spek en eieren ziek werd.  De dokter kwam en zei dat mem geen moeite meer hoefde te doen want ik zou het toch niet redden. Daar nam mem geen genoegen mee. “Geef hem dan maar elk half uur een lepeltje lauwe karnemelk.” Dat deed ze. De hele middag en nacht door. En ik knapte op! De volgende dagen heb ik niet gegeten maar gevreten! Alles wat los en vast zat.

Mem heeft mijn leven gered. Het waren mooie mensen, mem en heit en hun kinderen. Ja…..”

-Jack, 83 jaar-